Over Ton Albers

Ton Albers werd geboren op 31 juli 1923 te Amsterdam.

Ton Albers, Aquarellist

Hij is in 1948 getrouwd in met ‘zijn’ Gon de Boer. Zij zijn beiden geboren op de Geldersekade in Amsterdam. Hij zegt: “zij aan de dure kant, ik aan de goedkope kant. Zij is een fantastische vrouw, zij heeft mij alle tijd en ruimte gegeven om te kunnen schilderen en daar ben ik haar heel dankbaar voor”.

Sinds 1979 werkt hij in d’Oudeschool te Duivendrecht. Daarvoor werkte hij in twee mooie ateliers in panden die na elkaar afgebroken moesten worden in verband met de aanleg van de A10. Maar laten we bij het begin beginnen. Vanaf zijn jongste jaren had hij belangstelling voor tekenen en schilderen. Op alles wat hij te pakken kon krijgen schetste en tekende hij naar hartenlust. In de crisistijd, voor de Tweede Wereldoorlog, had hij weinig geld en papier was duur. Daarom sneed hij kartonnen reclameborden in kleine stukken, zodat hij daarop kon schilderen. Zijn oom adviseerde hem om iets te gaan doen in ‘de grafische richting’. Reden waarom hij de opleiding ging volgen aan het Kunstnijverheidsonderwijs in zijn geboortestad Amsterdam. De oorlog onderbrak zijn artistieke ontwikkeling, hij dook onder en nam deel aan het verzet. Na de bevrijding ging hij in 1946 aan het werk als ontwerper en reclamechef in de levensmiddelenindustrie. Daar bleef hij twaalf jaar. “Het was een leuke en succesvolle tijd” zegt hij. Daarna heeft hij als  ontwerper en ideeënman in een eigen studio gewerkt voor de Amstel Brouwerij en andere bedrijven.

Naast zijn werk als ontwerper bleef hij constant schilderen. Door een familielid van hem kwam hij in contact met de directeur van het Stedelijk Museum, die hem het advies gaf om bij Piet Landkroon schilderlessen te nemen. Ton Albers kreeg twaalf jaar les van Landkroon. Hij leerde van hem alle technieken en alles over materialen en kunstgeschiedenis. Piet Landkroon (1) is voor Ton Albers van doorslaggevende betekenis geweest voor zijn latere werk. In de zeventiger jaren gaat het met de gezondheid van Ton Albers wat minder goed en stopt hij met ontwerpen. Hij gaat wel door met schilderen en lesgeven. Na alle technieken beoefend en alle materialen geprobeerd te hebben gaat hij zich toeleggen op aquarelleren. Daarnaast maakt hij litho’s met zijn eigen gereedschap en drukpers. “De beide technieken werken reuze fris op elkaar in”’ zegt hij. “Meestal ben ik een maand achtereen met litho’s bezig, dan werk ik niet meteen op de steen; veel schetsen gaan eraan vooraf”.

Het palet van Albers bestaat uit diverse kleuren geel, rood en blauw. Wit spaart hij uit, want bij een aquarel komt het licht van het papier. Om zijn fameuze wolkenpartijen te schilderen heeft hij een eigen systeem ontwikkeld. Hij brengt kleur aan op het papier en spoelt het er, met behulp van een door hem zelf bedachte constructie, met water weer af. Wat overblijft zijn fantastische wolkenluchten. Wit is in een aquarel het moeilijkste, het is “de hoogste berg” zegt hij. De onderwerpen die hij schildert zijn voornamelijk landschappen, stadsgezichten, bloemen en danseressen. Hij reist weinig. Eigenlijk alleen in Nederland. Hij zegt “ik reis met de Hollandse wolken”. Hij is verliefd op de Waddeneilanden en minstens één keer per jaar gaat hij naar o.a. Terschelling, in de winter. Het gras is dan grijzig en de dalen donkerrood tot zwart. Hij maakt buiten veel schetsen die hij dan uitwerkt in zijn atelier. Het werk moet perfect zijn, anders gooit hij het weg. De meeste aquarellen van Ton Albers zijn van groot formaat. Om plooien en rimpelingen te voorkomen spant hij het natte papier als schilderslinnen op dikke platen watervaste multiplex. Is het papier eenmaal droog, dan staat het strak als een trommelvel. Vervolgens tekent hij de schets die hij (buiten) gemaakt heeft voorzichtig na op het papier. Hij mengt zijn kleuren op het palet en test de kleur op een stuk proefpapier, om het daarna aan te brengen op het geprepareerde papier. Hij brengt plasjes waterverf aan en maakt globale arceringen met het penseel. De contrastrijke voorgrondpartijen tegenover de vervagende kleursamenvattingen van de verte. Het pigment kruipt naar de randen en schept de vorm. Hij werkt met een vanzelfsprekende trefzekerheid. De aquarel lijkt moeiteloos tot stand te komen, maar slechts 25 tot 30 schilderijen per jaar halen, na zijn kritische beoordeling, de eindstreep. In totaal maakte hij tot nu toe circa 1000 schilderijen, die allemaal verkocht werden.

Hij lijst zelf in, een techniek die hij leerde van een bekende Antwerpse lijstenmaker. Voor de landschappen gaat hij naar buiten, voor de bloemstillevens koopt hij zelf de bloemen en rangschikt die naar eigen smaak, al dan niet in een vaas. Voor de danseressen werkte hij samen met de balletacademie van Nel Roos. Een aantal danseressen komt naar zijn atelier. Nadat zij zich verkleed hebben, laat hij ze in groepjes rondlopen. Ze praten ongedwongen en nemen een bepaalde stand/houding in. Dat tekent hij dan. Nooit een groep in een ‘danshouding’, want zegt hij: “dat is hetzelfde als het schilderen van een lachende persoon, dat wordt nooit mooi”.

Vroeger was een aquarel een voorstudie voor een olieverfschilderij, maar sedert Turner (2) is dat veranderd. Hij zet de traditie voort van de impressionisten van de Haagse School. Zijn voorbeelden zijn Hendrik Weissenbruch (3) en Kees Verwey (4). Soms hangt hij van hen een poster op in zijn atelier. “Dat prikkelt me dan” zegt hij.

Een aantal van Albers’ schilderijen wordt gebruikt als voorbeeld in het boek ‘Succesvol Aquarelleren’ door Kees van Aalst, een oud-leerling van hem.

Ton Albers zegt: “boven alles uit, is mijn atelier voor kopers, kijkers en liefhebbers verreweg de belangrijkste ‘galerie’ geweest”. 70 tot 80% van al zijn werk werd hier verkocht.

Veel werk werd gekocht door de NMB – later de ING – waardoor zijn kunst over de hele wereld in de kantoren van dit bankbedrijf te zien is. Ook andere multinationals, waaronder Akzo, kochten zijn werk. Daarnaast hangt nu veel van zijn kunst in particuliere  collecties.

In 1964 werd Albers lid en secretaris van ‘De Brug’. Hij bleef twintig jaar lid van deze kunstenaarsvereniging. Hij nam deel aan de jaarlijkse tentoonstellingen in de nieuwe vleugel van het Stedelijk Museum te Amsterdam.

Is lid van Arti et Amicitiae sedert 1970. Exposeerde tot 2000 op de jaarlijkse ledententoonstelling op het Rokin.

In de loop der jaren exposeerde hij met enkele leden van De Brug en St. Lucas, waaronder Piet Landkroon.

Ton Albers is actief lid van Amnesty International (veel afbeeldingen van zijn schilderijen stelt hij gratis ter beschikking aan Amnesty,
die zij gebruiken voor ansichtkaarten en posters voor de verkoop).

Tentoonstellingen

Grote exposities

1980  –  overzichtstentoonstelling bij kunsthandel Broekhoven, Keizersgracht 536 te Amsterdam, met 60 werken

1988  –  overzichtstentoonstelling in het Singer Museum te Laren, en de uitgave van een catalogus met TV-ondersteuning (commercials)

1998  –  overzichtstentoonstelling in het Singer Museum te Laren, 60 werken en de uitgave van een catalogus (10.000 exemplaren) met TV-ondersteuning (commercials)

Tentoonstellingen op uitnodiging van diverse gemeenten en geëxposeerd in hun Raadhuis: Naarden (met Piet Landkroon), Uithoorn, Veenendaal, Epe en driemaal Ouderkerk a/d Amstel.

Verder een groot aantal tentoonstellingen georganiseerd door de NMB (later ING Kunstzaken) in Slot Zeist, Museum Aemstelle te
Amstelveen, Fries Museum te Leeuwarden en in het buitenland.

Kleinere exposities

1979  –  Hoogovens IJmuiden metBert Grotjohann
1982  –  Galerie Klaartje de Gruyter te Vught (twee keer)
1983  –  Galerie Willy Schoots te Eindhoven (twee keer)
1985  –  Ina Broers te Laren (NH)
1985  –  Galerie Paasduin te Ameland
1987  –  De Kuil te Bilthoven
1987  –  Museum Steenkoppel te Delden
1994  –  ING-hoofdkantoor, overzichtstentoonstelling (twee keer)
2006  –  Van der Togt Museum te Amstelveen.

2010  –  Theo Swagemakers Museum te Haarlem, samen met Bert Grotjohann
2011  –  Provinciehuis van Noord-Holland te Haarlem, op uitnodiging van de heer G.L. Bosch

Verwijzingen

1. Piet Landkroon (1907 – 1997)
Opleiding aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam. Hij heeft les gehad van de hoogleraren J.H. Jurris en H.J. Wolter. Hij woonde en werkte in Amsterdam. Hij schilderde voornamelijk portretten, figuren en Belgische landschappen met figuren. Hij gaf privélessen en was tevens docent aan het Instituut Kunstoefening te Arnhem. Hij won de volgende prijzen:

1928 – Cohen Gosschalk-prijs
1935 – Willink van Collen-prijs
1938 – Therèse van Duyl-Schwarze-prijs

2. J.M.W. Turner – Engeland (1775 – 1851)
De aquarel is een zeer oud medium dat in het Oosten veel werd gebruikt. In de achttiende eeuw werd de techniek in Europa slechts incidenteel toegepast totdat Turner het aquarelleren ging toepassen in grote schilderijen (bijvoorbeeld Gletscher en Bron van de Aveyron, Chamonix uit 1802). In 1799 gekozen tot kandidaat-lid van de Royal Academy en in 1802 tot gewoon lid. Samen met John Constable (1776 – 1837) toonde hij de latere impressionisten hoe de visuele effecten van licht en het weer in verf konden worden verkend (o.a. Edgar Degas (1834 – 1917), Camille Pissarro (1830 – 1903), Alfred Sisley (1839 – 1899), Paul Cézanne (1839 – 1906),
Claude Monet (1840 – 1926).

3. J.H. Weissenbruch (1824 – 1903)
Hij wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste schilders uit de Haagse School. Naast schilder was hij ook etser, lithograaf en aquarellist. Hij kreeg tekenles van J.J. Löw en op de Academie in Den Haag van Bas van Hove en Andreas Schelfhout. Hij was medeoprichter van het artistieke genootschap Pulchri Studio. Van 1857 tot 1861 was hij er zelfs Commissaris van de tekenzaal. In 1866 trad hij toe tot de Société Belge des Aquarellistes te Brussel. Hij is onder andere bekend om zijn opvallend licht in panoramisch weidse landschappen, waarbij grijs-zwarte wolkenluchten meermaals bij uiterst lage horizonten driekwart van zijn doek vullen.

4. Kees Verwey (1900 – 1995)
Geboren in Amsterdam, maar later naar Haarlem vertrokken waar hij vele jaren schilderde. Hij kwam bij voorkeur zijn atelier niet uit, maar was wel op de hoogte van alle stromingen in zijn tijd. Hij bezocht diverse kunstacademies, waar hij o.a. les kreeg van Samuel Jesserun de Mesquita, maar hij koos uiteindelijk voor de Haarlemse schilder H.F. Boot als leermeester. De aquarellen bevestigen zijn positie in de Nederlandse schilderkunst als ongeëvenaard colorist. Hij ontwikkelde de aquarelleerkunst en heeft nog duizenden volgelingen en verzamelaars. Zijn schilderijen en aquarellen zijn opgenomen in collecties van musea, ondernemingen en particulieren in binnen- en buitenland. Er verschenen verschillende boeken over hem. Er is een Stichting Kees Verwey die een deel van zijn oeuvre beheert en in Haarlem is er de Verwey Hal aan de Grote Markt.